‘Jongens, de CNS is super’, vuurt juf Marianne Bakker-Lampers haar leerlingen aan. ‘Kennen jullie het jubileumlied nog?’ Groep 7 zet meteen enthousiast in. ‘De CNS is jarig en de klassen vieren feest: al 150 jaren zijn hier kinderen geweest!’ De coupletten worden wat door elkaar gehusseld, maar dat mag de pret niet drukken.
Als het lied uit is, gaat de klas geconcentreerd aan het werk: spelling. Iedereen focust op zijn schrift of op de juf. Niemand kijkt naar buiten, naar het karakteristieke coulisselandschap van de Noordelijke Friese Wouden: weilanden omzoomd met houtwallen, heggen en bomenrijen.
Binnen staat de school vol met attributen voor de Oranjemorgen: versieringen, versnaperingen, materialen voor spelletjes. ‘Het lijkt wel of hier een explosie is geweest’, verontschuldigt een juf zich. ‘Let maar niet op de rommel.’
Hoewel er ook nog eens diverse collega’s ziek zijn, neemt directeur Teus Visser (sinds 2010) rustig de tijd om het verhaal van “zijn” school (sinds 1874) te vertellen. De CNS heeft een groot voedingsgebied én een brede achterban, schetst de schoolleider. Vanuit allerlei richtingen komt hier iedereen samen die hecht aan Bijbelgetrouw basisonderwijs. Door de bank genomen, gaat dat goed. ‘Er is hier verdraagzaamheid, verbondenheid en ruimte voor verschillen. Dat moet ook wel, want we zijn hier op elkaar aangewezen.’
Tegelijkertijd vergt het ook tact en stuurmanskunst om de veelkleurigheid te managen, geeft hij aan. ‘Het is mijn taak om iedereen elke dag door dezelfde schooldeur naar binnen en naar buiten te krijgen – als het kan, ook nog met een glimlach op hun gezicht.’
Antenne
Hoe hij dat doet? ‘Door vast te houden aan het christelijk-nationale DNA van de school. Waarom is die opgericht? Wat was de oorspronkelijke bedoeling ervan? Hier zijn altijd alle kinderen welkom geweest. Als je aan dat DNA gaat tornen, gaat het mis.’
Daarnaast probeert hij steeds in verbinding te blijven met iedereen: een telefoontje met die, een gesprekje op het plein met iemand anders. ‘Echt topsport is dat.’ Visser heeft, mede dankzij zijn Friese vrouw, een antenne ontwikkeld voor plaatselijke gevoeligheden.
En hij heeft leren laveren: ‘Enerzijds moet je oppassen om geen water bij de wijn te doen – dat gaat makkelijk. Anderzijds moet je ook niet doen alsof je de waarheid in pacht hebt en verder doof zijn voor andere geluiden.’
De school dient het vertrouwen te hebben én te houden van de hele achterban, vat Visser samen. Hoewel het complex is om ‘als cement’ te fungeren tussen divergerende flanken, ziet hij vooral de mooie kant ervan: ‘De winst van ons gemêleerd zijn is, dat je elkaars nieren kunt en moet proeven.’
Heel gewoon
‘Onze christelijke identiteit is dé samenbindende factor’, analyseert Visser. ‘Die zit overal in verweven.’ Als directeur houdt hij zijn vinger voortdurend aan de pols. ‘Tegelijkertijd hoef ik er niet bovenop te zitten. Zo nu en dan stuur ik bij of herinner ik collega’s aan onze regels en afspraken.’
Bij de vraag wat de CNS uniek maakt, valt de spraakzame schoolleider toch even stil. De Bijbelse grondslag, een open toelatingsbeleid, professionele ruimte voor leraren – dat hebben veel meer reformatorische scholen.
Visser draait zich om naar zijn collega Antje Oosten–de Groot, oud-leerlinge van de school: ‘Waarin onderscheidt de CNS zich?’ ‘Dat kan ik niet zo scherp zeggen, hoor’, haakt Oosten aan. ‘Het is meer een bepaald gevoel. Misschien is het onze nuchterheid, laagdrempeligheid, onze open sfeer. We zijn hier eigenlijk heel gewoon.’
Ineens schiet Visser nog iets te binnen: ‘Bel de familie Post, die zijn nieuw hier op school.’ Jan en Alleke Post – sinds augustus woonachtig in Dokkum – zochten een vergelijkbare school als de Eben-Haëzerschool in Teuge, waar hun kinderen eerst zaten. De CNS leerden ze via internet kennen, uit publicaties rond het schooljubileum. Het viel hen op dat ‘best veel gezinnen’ goed te spreken waren over de geloofsopvoeding door de school.
Daar hebben ze inmiddels zelf ook positieve ervaringen mee. ‘Het draait hier vooral om het dienen van de Heere, om kinderen daarin groot te brengen. Bij de Kerstviering merkten we dat leerkrachten echt gedreven zijn om de heilsfeiten over te brengen aan leerlingen.’
Ze roemen verder de duidelijke gezagsstructuur. Mensen in de schoolgemeenschap zijn sterk met elkaar verbonden, merken ze. ‘Velen hebben familie hier.’ Tegelijk is de school van en voor iedereen. ‘Hier maakt niet één groep de dienst uit. Dat vinden we speciaal.’
Het gezin Post is er hartelijk ontvangen. ‘De mensen zijn open; ze waarderen het dat wij ons bij hen willen vestigen.’ Het enige nadeel dat ze kunnen bedenken, is de aansluiting met het voortzet onderwijs: Kampen is ver, Leeuwarden is niet-reformatorisch.
Papieren werkelijkheid
‘De kracht van deze school’, mijmert Visser, ‘is gezelligheid en openheid – maar dan wel gekoppeld aan professionaliteit: werken vanuit een levende missie en visie.’ Enthousiast veert hij overeind: ‘Dát is het. We hebben iets ontdekt vandaag!’
De CNS heeft haar missie en visie een aantal jaar geleden opnieuw geformuleerd. ‘Zó dat ook onze “ongelovige buurman” snapt wie wij zijn.’ De missie is hier geen papieren werkelijkheid. ‘Hij leeft, dáár gaat het om.’
Visser houdt het verhaal van zijn school levend door dat te blijven vertellen. ‘Straal uit dat dit een mooie school is, met een rijke historie. En betrek daar zoveel mogelijk mensen bij, op en rond de school.’
Gesprekken voeren noemt de directeur cruciaal. Met nieuwe ouders. ‘Ik begin met luisteren: waarom kiezen ze voor deze school?’ En met alle andere ouders: ‘Op onze jaarlijkse ouderavond is er bewust ruimte voor onderling gesprek. Die ontmoetingen zijn het mooiste van de avond. We moeten met elkaar blijven praten. In verbinding blijven.’
Dit artikel is overgenomen uit DRS magazine